Vier eigenschappen van de professionele school

Sterker in professionaliteit

Vier eigenschappen van de professionele school

24 maart 2017 Blog 0

16/09/2011

De ‘professionele school’ kenmerkt zich door de volgende eigenschappen:

  1. De leraar is de motor van het onderwijsproces en de drager van de onderwijsvernieuwing. Het management geeft de tijd en de instrumenten om deze rol waar te maken.
  2. De school wordt gedragen door leraren en management gezamenlijk.
  3. Het management zorgt voor goed personeelsbeleid.
  4. Er wordt in de school nauw samengewerkt. Collega’s overleggen meer met elkaar en ondersteunen elkaar waar nodig.

 

Ad 1 Docent als motor, ondersteund door management

Een goede docent wil werken in een onderwijsorganisatie die kwaliteit stimuleert. De docent neemt allereerst zelf verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zijn werk, omdat dat hoort bij de kern van zijn beroep. Het management draagt zorg voor het scheppen van de voorwaarden waaronder dat optimaal kan plaatsvinden. Dit betekent dat het realiseren en onderhouden van een professionele school door en vanuit docenten zelf plaatsvindt, onder de eindverantwoordelijkheid van het management. Zij stelt de kaders vast en draagt er daarmee zorg voor dat de professionele school er komt en blijft.

 

Ad 2. De school wordt gedragen door management en docenten gezamenlijk

Het management van de professionele school zet in op hechte betrokkenheid van docenten bij datgene wat door haar wordt besloten. Docenten hebben een zwaarwegende invloed op beslissingen over de onderwijsinhoud en onderwijspraktijk. Betrokkenheid van docenten bij besluitvorming is ook nodig bij het streven naar verbeteringen in de organisatie van de onderwijsprocessen. Ook in de logistiek van het onderwijsproces zijn namelijk veel maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld door het versterken of anders inzetten van ict, door leerlingen en studenten anders te groeperen of door het samenwerken met andere scholen of bedrijven en het realiseren van betrokkenheid van leraren bij beslissingen over het onderwijs en de organisatie.

 

Ad 3. Aansturing en personeelsbeleid

In de professionelere school beschikt de docent over autonomie – die gebaseerd is op en uitgaat van zíjn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zijn werk. De leraar heeft meer zeggenschap over zijn werk en kan zo zijn eigen werkdruk beter regelen. De behoefte van docenten en management – die in scholen nu nog vaak wordt gesignaleerd – om gedetailleerde discussies te voeren over de normjaartaak, taakbelasting en het aantal adv- en vakantiedagen zal daarmee verminderen. De docent voert daarentegen vanuit zijn verantwoordelijkheid periodiek het gesprek met het management over welke werkzaamheden worden gepland, wat na een bepaalde periode is uitgevoerd en welke resultaten daarbij zijn behaald.

Daarnaast werkt het management aan goed personeelsbeleid door het rekruteren van voldoende nieuw talent,  het organiseren van feedback over het functioneren van de docent en het draaiend houden van de HRM-cyclus van functioneringsgesprekken, beoordelingsgesprekken en deskundigheidsbevorderingsafspraken..

 

Ad 4 Professioneel samenwerken tussen docenten

Voor de uitdagingen waar het onderwijs op dit moment voor staat, is individuele professionele ruimte onvoldoende. De professionals moeten de handen ineen slaan, hun krachten bundelen en gezamenlijk hun professionele ruimte nog verder invullen en oprekken. Dit vraagt van de teamleden een uitgebalanceerde competentiemix van resultaatgerichtheid, doorzettingsvermogen, lerend vermogen, persoonlijke effectiviteit, oog voor de menselijke maat, intrinsieke motivatie, verantwoording durven afleggen en het aangaan van comakershiprelaties. De onderwijsresultaten van de toekomst kunnen alleen in professioneel teamverband gerealiseerd worden.

Geef een reactie