Onderwijskwaliteit hbo: de balans na 300 deelnemersdagen (deel 2: sociaal constructivisme)

Sterker in professionaliteit

Onderwijskwaliteit hbo: de balans na 300 deelnemersdagen (deel 2: sociaal constructivisme)

24 maart 2017 Blog 0

21/02/2017

Sinds 2015 verzorgen Ouke Pijl en ik de Basisleergang Onderwijskwaliteit hbo. We hebben deze leergang zeven keer verzorgd voor ruim 100 deelnemers vanuit vrijwel alle hogescholen, de inspectie van het onderwijs en het particuliere onderwijs. Deze cursisten beslaan samen alle rollen die in het onderwijs te vinden zijn: opleidingsmanagers, kwaliteitsadviseurs, leden van curriculumcommissies, leden van examencommissies, docenten, innovatoren. Deze variëteit maakte dat de leeromgeving rijk en de kennisuitwisseling intens en leerzaam was. Onderwijskwaliteit komt immers tot stand in het samenspel van juist deze verschillende partijen, die elk een eigen toegevoegde waarde hebben. Ruim driehonderd deelnemersdagen later maken we een balans op rond de vraag: Hoe is het gesteld met de onderwijskwaliteit in het HBO? En waar liggen de uitdagingen en kansen voor het verbeteren van deze kwaliteit?

Vorige week gingen we in op NVAO-standaard 1. De beroepsvisie.

Vandaag deel 2. Sociaal constructivisme vormt nog steeds de onderwijskundige basis

Een belangrijk deel van de leergang gaat over het onderwijskundig ontwerp. Didactisch is het sociaal constructivisme met kenmerken als actief leren, samenwerkend leren, leren in de authentieke beroepspraktijk en reflecterend leren nog steeds de dominante stroming. Ook de leercyclus van Kolb en de leerlijnen van de Bie zijn, in een waaier van varianten, over het algemeen nog in de curricula terug te vinden.

De meeste opleidingen hebben daarbij nog wel moeite met de verticale opbouw van de competenties / inhoudelijke leerlijnen. Het systematisch opbouwen vanaf de propedeuse (van laag complex met veel begeleiding) naar hbo bachelor (complex en zelfstandig) blijkt moeilijk.

Ook het systematisch, inhoudelijk, uitlijnen van competenties naar leerdoelen via een competentiematrix blijft ingewikkeld. Sommige curriculumcommissies nemen hierin duidelijk de regie. Dat betekent veel werk en ook gedetailleerd werk maar als het eenmaal staat, heeft de curriculumcommissie wel een mooi sturingsmechanisme om het curriculum uit te lijnen.

In de leergang gaan we op zoek naar de mogelijkheden om de uitgangspunten van de leerpsychologie, de principes van Kolb, het competentiegerichte leren en het leerlijnenmodel van de Bie toe te passen op de innovatieve ontwikkelingen van de flexibele deeltijd. Hieruit blijkt dat ook in dit nieuwe didactische model de belangrijkste bestaande didactische uitgangspunten kunnen blijven bestaan. Het is dan wel nodig de onderwijseenheden groot genoeg te maken (bv 15/30 EC). Hierdoor kan de horizontale en verticale samenhang binnen de onderwijseenheden bestaan.

Uitdagingen in dit flexibele deeltijdmodel zijn de wijze waarop de begeleiding in leergroepen plaats moet gaan vinden en het formuleren van leeruitkomsten die abstract genoeg zijn om leerwegonafhankelijk in te vullen, maar concreet genoeg zijn om via een leerwegonafhankelijke toets op een betrouwbare wijze te beoordelen. Iedereen is hier nog zijn weg in aan het vinden waardoor er grote behoefte is aan kennisuitwisseling en benchmarking.

Tot slot: in het voorjaar bieden wij de basisleergang onderwijskwaliteit hbo voor de achtste keer aan. De cursusdagen zijn op 9/5, 30/5 en 27/6.