Ervaringen kritische reflectie volgens nieuw NVAO-kader

Ervaringen kritische reflectie volgens nieuw NVAO-kader

24 maart 2017 Blog 0

30/03/2011

Sinds begin van dit jaar is het NVAO kader veranderd. Opleidingen kunnen nu kiezen voor een beperkte of een uitgebreide opleidingsbeoordeling. Inmiddels heb ik mijn eerste ervaringen opgedaan met het schrijven van kritische reflecties als onderdeel van het uitgebreide kader. Hieronder mijn ervaringen.

meer kleur, meer profilering.
De inleiding is belangrijker geworden. Opleidingen kunnen zich daar heel duidelijk profileren. Vragen als “Wie zijn we? Wie zijn onze studenten? Waar komen we als opleiding vandaan? Waar gaan we naar toe? Hoe willen we ons onderscheiden van anderen? Waar staan we op dit pad op dit moment?” krijgen hierbij veel aandacht. Hiermee is de kritische reflectie meer missie-gedreven dan in het verleden.  De focus van de audit wordt, meer dan in het verleden, bepaald door wat de directie op dit moment relevant vindt voor de opleiding. In sommige gevallen gaf de directie mij een expliciete focus-opdracht mee.

Het is goed te zien dat de opleiding veel nadruk op dit onderdeel van de kritische reflectie legt. Tegelijkertijd is dit voor het schrijfproces ook moeilijk omdat verschillende organisatielagen van een opleiding deze vragen elk net anders beantwoorden. De ambities die een opleiding heeft, kunnen bijvoorbeeld weer net anders zijn dan de ambities die het domein, instituut of hogeschool met deze opleiding heeft. Waar een opleiding zich juist wil onderscheiden van de andere opleidingen, streeft een domein of instituut juist naar harmonie. Deze natuurlijke spanning tussen de ambities van verschillende organisatielagen komt dan ook tijdens het schrijven van de kritische reflectie scherp naar voren. Voor het schrijven van een kritische reflectie betekent dit, dat deze verschillen in de beginfase van het schrijfproces helder naar elkaar moeten worden uitgesproken en dat tussen verschillende organisatielagen overeenstemming gecreëerd moet worden. Als dit te laat gebeurt, leidt dat tot frustratie. Het betekent ook dat, meer dan in het verleden, het zoeken naar de juiste toon van de kritische reflectie van belang is. Hoe krachtig of hoe kwetsbaar zetten we onszelf neer? Zijn we op onderdelen excellent en stralen we dat ook uit? Of kunnen we ons beter wat bescheidener opstellen?

korter
Het maximeren van het aantal pagina’s is een zegen. Het dwingt de schrijver beter na te denken over de structuur van de tekst,  het hanteren van een kortere, actievere schrijfstijl en het vermijden van dubbelingen. In het verleden gebruikte ik vaak de bolletjesstructuur om  per facet zoveel mogelijk bevestigende argumenten en bewijzen op te sommen. Dit schreef veel makkelijker, maar was voor de lezer minder prettig.

Ik had overigens moeite om binnen de 40 pagina’s te blijven. Immers: omdat de inleiding zo belangrijk is (zie hierboven), is deze ook omvangrijk (7-8 pagina’s). Dan blijft er vervolgens net meer dan één pagina per standaard  over. En dat is wel heel weinig. Zeker als je binnen die pagina nog de PDCA-cyclus duidelijk wil maken.

logische clustering
Het nieuwe uitgebreide kader heeft enkele vroegere facetten logischer geclusterd. Zo is er nog maar één standaard rond doelstellingen, is toetsing en afstuderen geclusterd en begint het onderdeel over personeel met een uiteenzetting van het personeelsbeleid. Dit waren inderdaad de facetten die in het verleden geforceerd van elkaar gescheiden waren. Prima dat het nu bij elkaar staat.

de verbeterfunctie komt beter uit de verf
Dit ligt minder aan het nieuwe kader dan aan het feit dat alle opleidingen nu de cyclus voor de tweede keer doorlopen.  Naar eerder aangetoonde kwaliteit (vorige accreditatie) kan kort worden gerefereerd.  Dit geldt met name voor de onderdelen “doelstelling”, “didactiek”en “kwaliteit”. Dit hoeft niet opnieuw te worden uitgelegd. Zeker als de pdca-cyclus goed draait, kan eenvoudig verwezen worden naar bestaand beleid, gerealiseerde resultaten en onderbouwende cijfers. De ruimte die hierdoor ontstaat, kan worden gebruikt om de koppeling te maken met de opleidingsambities en de verbeterplannen. Dit maakt het schrijven en lezen een stuk inspirerender.

betere differentiatie
Tot slot is het goed dat er per standaard gedifferentieerd wordt in de beoordeling (excellent, goed, voldoende en onvoldoende). Bij de voorbereiding op de accreditatie denken opleidingen hierdoor goed na of hun profilleringonderdelen al zodanig zijn uitgewerkt dat een “excellent” gescoord zou kunnen worden. Meer dan in het verleden wordt hierdoor gekeken naar de kracht van de opleiding.

conclusie
De kritische reflectie is meer missie-gedreven geworden. Meer partijen en organisatielagen bemoeien zich hierdoor actief met de inhoud, de toon en vooral de profilering. Hierdoor is het accreditatieproces meer strategisch van aard dan in het verleden en minder gericht op het afvinken van facetten op basiskwaliteit. Het is nog wel zoeken naar de juiste toon en inhoud. Net als zes jaar geleden, zal dit zoekproces iteratief verlopen in nauwe samenspraak met de NVAO-feedback.

Paul van Deursen

Geef een reactie